Tanganyika Cichliden Kweken

INLEIDING TANGANYIKA CICHLIDEN KWEKEN

De cichliden van het Tanganyika-meer hebben meer variëteiten in hun gedragingen dan de soorten uit de andere Afrikaanse meren De twee belangrijkste groepen Tanganyika cichliden zijn de mondbroeders en de substraat-broeders. De meeste soorten zullen in een aquarium kunnen kweken zolang hun omgeving dit toelaat.

Vooral de substraat-broeders ondervinden weinig last van andere vissen in de tank bij het kweken. In het geval je alle sommige of alle jongen wil gaan opvoeden of verkopen kan je ze nog steeds apart nemen in een speciaal aquarium.

Maar ook mondbroeders kunnen in een gemeenschappelijke tank gekweekt worden. Het is wel nog steeds makkelijker om de mondbroedende vrouwtjes apart te houden.

Het belangrijkste onderdeel van het kweken in een gemeenschapsaquarium is de sociale balans. Alle vissen moeten in optimale conditie verkeren en niemand mag lastig gevallen worden door agressievere tankbewoners. 

DE JUISTE CICHLIDEN SELECTEREN

Hoewel vele Tanganyika cichliden van verschillende grootte en gedrag kunnen samen leven in een aquarium, zijn er soorten waar dit niet mogelijk is. Het is daarom belangrijk om de volgende informatie even door te nemen zodat je niet de verkeerde soorten bij elkaar plaatst.

De Tropheus groep

Soms zijn de populairste cichliden ook de moeilijkste om te houden. In een aquarium zullen de meeste Tropheus zich agressief gedragen tegenover soortgenoten en kan je zwakkere vissen het beste beschermen door ze in scholen te houden en voldoende schuilplaatsen te geven. Mannetjes zijn territoriaal en zullen een stuk van de rotsen in je tank als hun eigen territorium opeisen.

Als je tank groot genoeg is, kan je meerdere volwassen mannetjes in de groep houden. Om agressie tot beperken zorg je er best voor dat ze elk een eigen hoopje rotsen hebben, die minstens 30 cm uit elkaar liggen. Tanken die korter zijn dan 1.5 meter zijn niet geschikt om Tropheus in de houden.

Professionele kwekers houden Tropheus vaak in kale tanken omdat de mannetjes daar geen territorium kunnen hebben om te verdedigen. In aquaria met veel rotsen kan je de Tropheus, de broedende vrouwtjes en andere vissen samen houden.

De jongen zullen hun eigen weg naar de smalle spleetjes tussen de rotsen vinden. Eenmaal per jaar kan je dan de kolonie uitdunnen of indien nodig de tank helemaal leeg maken.

Tropheus zijn enorm gevoelig aan stress. Dit kan optreden door veranderingen in de hiërarchie of zelfs voedsel. Daarom enkele basisregels:

  1. Wanneer een groep Tropheus het goed doet, voeg dan GEEN nieuwe vissen toe, wat de balans verstoort.
  2. Geef de Tropheus nooit zacht en makkelijk te verteren voeding. Het beste is om hen goede vlokken te geven, zonder vetten van warmbloedige dieren, met veel garnalen en spirulina er in.

Wanneer je toch veranderingen moet aanbrengen in de groep, kan je best alles uit het aquarium halen en op andere wijze terug plaatsen. Een hele make-over dus. Daarna kan je alle vissen plaatsen, inclusief de nieuwkomers.

De enige manier om nieuwe individuen te introduceren is door jongen toe te voegen aan een kolonie volwassenen. Als de hiërarchie in het gedrang komt door de toevoeging van nieuwe vissen kan je de hele kolonie verliezen, niet enkel de nieuwelingen.

Kan je andere soorten samen met Tropheus houden? Dat zijn er niet zo heel erg veel, maar de goby cichliding (Eretmodus, Spathodus en Tanganicodus) zijn compatibel. Al deze soorten hebben absoluut zuiver en zuurstofrijk water, vele schuilplaatsen en evenveel aandacht nodig.

De Tropheus is zeker geen vis voor beginnelingen.

Hoe kweek je Tropheus cichliden?

Het kweken van deze soort is vrij moeilijk om verscheidene redenen. Enerzijds willen de mannetjes elke minuut van de dag paaien, anderzijds zijn de vrouwtjes moeilijk klaar te krijgen. Ze hebben niet veel voedsel nodig, maar wel exact het juiste.

In een speciale tank voor kweken kan je door middel van plastic pijpen voldoende schuilplaatsen voor de vrouwtjes maken. Zolang de zwakkere vissen uit het zicht van het mannetje blijven zal hij hen niet achtervolgen.

Mondbroedende wijfjes kunnen uit de kweek tank gehaald worden en overgeplaatst naar een “kraamkliniek”. Neem niet teveel vrouwtjes uit de tank op dezelfde moment. De weinige overgebleven exemplaren zullen snel ten prooi vallen aan het mannetje.

Laat de wijfjes ook een week voor de jongen zorgen in een aparte tank.

De Brichardi groep

Hopelijk ben je niet ontgoocheld na het lezen over de moeilijkere Tropheus! Er zijn vele soorten Tanganyika cichliden die zowel prachtig als beginner-vriendelijk zijn. De Princes van Burundi, ook bekend als Neolamprologus brichardi, is één van de meest gehouden cichliden.

Een koppel kan in een tank van 60 liter gehouden worden. Ze kunnen ook in groepen gehouden worden in grotere tanken. Elk koppel heeft dus ongeveer 30 cm diameter als territorium. Eenmaal een territorium ingenomen is, is dit niet meer beschikbaar voor andere vissen. Een beetje planning is dus wel handig.

Wanneer je met een groep jonge brichardi start, zullen ze zelf koppeltjes vormen van zodra ze klaar zijn om te kweken. Overgebleven individuen kan je dan beter uit het aquarium verwijderen omdat ze door de koppels zullen lastig gevallen worden.

Het houden van de Princess of Burundi is een waar genot omdat ze vaak voor nabestaanden zorgen, die makkelijk worden opgenomen in de groep. Ze zullen zelfs helpen met het verdedigen van hun jongere broers en zussen.

Hoe kweek je Brichardi cichliden?

Het makkelijkste om ze te kweken is een kleine kweek tank te voorzien. Dit is genoeg om één paar te huizen. De geslachten kan je via de genitale papil bepalen. Vraag raad aan een ervaren hobbyist moest je niet goed weten hoe dit werkt.

Er zijn twee manieren om N. buescheri te kweken. Als eerste geef je een koppel een grote tank, minstens 100 liter, en vele schuilplaatsen. Als het een volwassen koppel is, kan je het wijfje beter enkele dagen voor het mannetje in je kweektank plaatsen. Hou het mannetje in de gaten want de eerste dagen is hij in staat om het vrouwtje lastig te vallen.
Wanneer ze elkaar aanvaard hebben als koppel kunnen ze makkelijk jarenlang samen blijven, zolang je de lay-out van het aquarium niet verandert. Een bloempot is voldoende als plaats om te paaien.
Een tweede manier is om een aantal individuen in een gemeenschapsaquarium te plaatsen en op natuurlijke wijze een koppeltje te laten vormen. Daarna haal je de overgebleven alleenstaanden er uit en voorzie je een plaats om te paaien voor het koppel. Als er andere cichliden in het aquarium aanwezig zijn, zal het koppel te druk bezig zijn met het verdedigen van het territorium en zullen dan minder onderling ruzie maken.

De Leleupi groep

De cichliden van deze groep broeden in het substraat en hebben meer ruimte nodig. Het is bijzonder moeilijk om meer dan één mannetje van deze soort in dezelfde tank te houden.

Daarom moet je er voor zorgen dat je een paartje hebt. Echter zal geen enkel paar voor eeuwig samen blijven, dus om het even welke combinatie van mannetje en vrouwtje zal werken.

Wanneer het wijfje niet klaar is om te kweken zal ze waarschijnlijk door het mannetje opgejaagd worden. Deze beschouwt de hele tank als zijn voed- en kweekgrond. Om stress en haar ondergang te voorkomen, moet je voor het vrouwtje dus voldoende schuilplaatsen voorzien. Zij is ook kleiner dan het mannetje, dus een schuilplaats waar hij niet in past zou ideaal zijn.

De meeste cichliden van deze soort hebben een tank met capaciteit van minstens 150 liter nodig.

Hoe kweek je Leleupi cichliden?

Wanneer je zorgvuldig geweest bent bij het selecteren van een koppen en het decoreren van het aquarium, zullen de vissen kweken bij aanwezigheid van een geschikte paaiplaats. 

In een gemeenschapsaquarium zal het koppel vaak een donkere plek tussen rotsen uitzoeken. In een aparte kweektank is een bloempot ideaal.

Het is belangrijk om de jongen zo lang mogelijk bij het koppel te laten, omdat het mannetje agressief kan worden wanneer de eitjes of de jongen weggehaald zijn. Zolang het koppel bezig is met kweken zullen ze in harmonie leven.

De Compressiceps groep

Je kan Altolamprologus compressiceps, A. Calvus en A. fasciatus in een gemeenschaps tank houden, maar ze zullen wel jagen op kleine jongen of andere substraat broeders. Ze zullen ook de eieren van mondbroeders proberen opeten terwijl ze paaien.

Als je hoofddoel voor het houden van de cichliden het kweken is, dan kan je deze drie soorten best niet samen houden met andere. De beste manier om ze te kweken is het voorzien van een broedruimte die enkel toegankelijk is voor het vrouwtje.

Hoe kweek je Compressiceps cichliden?

Als je op een zo natuurlijk mogelijke wijze wil kweken kan je best gebruik maken van kleine, lege schelpen als broedplaatsen. Alternatief volstaan bloempotten wel.

Je kan er zeker van zijn dat er eitjes in de schelp zitten wanneer het vrouwtje binnen blijft wanneer er gevoed wordt. Dit wijst er op dat ze eitjes aan het bewaken is.

Het duurt langer dan een week voor de eieren uitkomen en de jongen sterk genoeg zijn om uit de schelp te komen. Als je de jongen wil laten opgroeien, kan je best de schelp, met het wijfje, in een aparte tank plaatsen. In een gemeenschapstank zijn de jongen prooi.

De Julie groep

Julidochromis en Chalinochromis zijn smalle vissen die het beste in paren gehouden worden. De kleinere soorten, zoals J. transcriptus en J. ornatus kunnen in 40-liter aquaria gehouden worden. Andere leden als de C. brichardi of J. regani hebben dan weer tanken met een capaciteit van 75 liter of meer nodig.

Ze kunnen allemaal samen met de meeste andere Tanganyika cichliden gehouden worden en blijven zeer dicht bij de rotsen. Ook hebben ze geen grote territoria nodig.

Hoe kweek je Julie-cichliden?

Hoewel het paaien zal plaatsvinden in een gemeenschapsaquarium, zorg je toch best voor een aparte kweek tank om het aantal jongen aanzienlijk te verhogen. 

Julidochromis heeft twee manieren van kweken. Een koppel kan ofwel grote clusters eieren produceren (50 tot 100) om de 5 tot 7 weken, of kleine hoeveelheden (5 tot 20) elke week.

De ideale plaats om te paaien kan je maken door een recht stuk steen van ongeveer 25 cm lang op de bodem te plaatsen en aan de ene kant op te tillen met een kleine steen. In totaal hoeft de steen niet meer dan enkele centimeters omhoog getild te worden aan één zijde. De eitjes worden aan het plafond bevestigd. Daarnaast voorzie je nog een klein bloempotje of wat kleine rotsen zodat het vrouwtje kan schuilen voor het mannetje.

Eenmaal het paar in de kweek tank leeft mag je de stenen, potten en andere elementen niet meer van plaats veranderen.

Chalinochromis en Telmatochromis geven de voorkeur aan een paaiplaats die tussen enkele rotsen ligt of zelfs een bloempot. Voor hen moet de kweek tank minstens 75 liter bevatten en moeten er aparte schuilplaatsen zijn voor beide partners. De jongen kan je best weghalen wanneer ze 6 weken oud zijn en ten laatste wanneer ze door de ouders verjaagd worden.

De schelpenbewoners

Samen met de Brichardi en de Julie groep, zijn de soorten die in schelpen wonen het makkelijkst te houden. De enige vereiste die moet ingevuld worden is een lege slakkenschelp op een zanderig substraat.

Voor elke schepbewoner moet je dan ook minstens één lege schelp voorzien. Enkel bij de Lamprologus brevis schuilen het mannetje en vrouwtje samen in de schelp. Alle anderen willen hun eigen stek.

Sommige soorten, zoals de L. multifasciatus, L. similis en Telmatochromis, leven in grote kolonies worden het beste in groepen gehouden. Voor hen dien je de lege schelpen dicht bij elkaar te plaatsen.

Voor de andere schelpbewoners kan je de schelpen best 15 tot 25 centimeter uit elkaar leggen.

Deze groep cichliden kunnen gecombineerd worden met bijna alle andere Tanganyika cichliden.

Hoe kweek je schelpenbewonende cichliden?

Enkele lege schelpen (niet te groot) en voldoende zanderig substraat zijn de belangrijkste voorwaarden. Kweken gebeurt normaal gezien in een gemeenschapsaquarium en jongen kunnen weggenomen worden door de schelpen uit het water te halen.

De zandbewoners

De soorten van deze groep hebben een grote open ruimte nodig, die bedekt is met zand of zeer fijn grind. Zorg er wel voor dat dit zand of grind geen scherpe randen randen heeft, want dit kan voor schade aan de kieuwen zorgen.

Zandbewoners zijn niet moeilijk om in je aquarium te houden, zolang ze genoeg ruimte hebben. In kleine tanken zullen ze sneller panikeren en kunnen zichzelf daarbij bezeren.

Ze kunnen niet samen gehouden worden met grote roofdieren, maar doen het wel goed met vele andere Tanganyika soorten.

Mannetjes van Enentiopus melanogenys of Xenotilapia ochrogenys zijn niet erg agressief onder mekaar en dus kan je in grote tanken verscheidene mannetjes van dezelfde soort houden.

Xenotilapia flavipinnis wordt het best in kleine groepen gehouden, die zelf paartjes vormen wanneer ze klaar zijn om te paaien.

Hoe kweken?

Het is niet gemakkelijk om de geslachten bij deze groep te bepalen, vooral niet bij de kleinste exemplaren. Met een vergrootglas de genitale papil bekijken is zowat de enige manier.

Het kweken van deze cichliden gebeurt het beste in aparte tanken, met slechts 1 soort per.

Mondbroedende vrouwtjes verwijder je best na 2 weken incubatie uit de kweek tank. Let wel op dat je dit niet overdag doet, anders gaan ze panikeren en als razende gekken beginnen zwemmen, met verlies van eieren en jongen tot gevolg. Plaats de vrouwtjes vervolgens in een “kraam tank”.

Cyphotilapia frontosa

Deze soort is een van de meest decoratieve van het meer en kan in vrij kleine aquaria gehouden worden; ten opzichte van de grootte van de vis dan toch. Een aquarium van 500 liter kan wel tot een dozijn C. frontosa houden. De vissen zijn zeer sterk en meerdere volwassen mannetjes in dezelfde tank vormen vaak geen probleem.

Deze grote cichlide is een viseter, dus niet samen met je kleinere exemplaren te houden. Op het eerste zicht zal het lijken alsof ze niet jagen op de kleine soorten, maar dit is schijn.

C. frontosa voedt immers bij dageraad, wanneer je andere cichliden nog slapen. Ze hoeven niets anders te doen dan de slapende prooi binnen te slikken.

Hoe je het ook draait of keert, zonder dat je jachtgedrag ziet zal je op een dag al je kleintjes kwijt zijn. Vooral als die kleintjes Cyprichromis zijn, de natuurlijke prooi van deze prachtige frontosa.

Hoe C. frontosa kweken?

Wanneer er een ruimte van minstens 30 cm diameter aanwezig is op de bodem van het aquarium zullen ze vaak paaien. Een mannetje dat er klaar voor is zal een intense blauwe kleur tonen.

De vrouwtjes hebben geen schuilplaats nodig. Het mannetje, tevens de grootste maar ook meest verlegen, heeft wel deugd van een grote grot. Door zijn opvallende kleur trekt hij in de natuur immers de aandacht van grotere roofdieren.

Na een incubatieperiode van 4 weken kan je de baby’s uit de mond van de broedende vrouwtjes halen.

De Cyprichromis groep

Deze kleurrijke cichliden hebben meer ruimte nodig dan hun kleine lichaam zou doen vermoeden. Mannetjes zijn zeer actief in het verdedigen van hun territorium, dat gelegen is in het open water van het aquarium.

Elk kwekend mannetje heeft ongeveer 60 centimer ruimte nodig; de vrouwtjes veel minder omdat ze vaak samenscholen. Je hebt dus een aquarium van minimum 150 liter nodig.

De Blue Neon (Paracyprichromis nigripinnis) is een grotbewoners en toont zijn beste kleuren wanneer er een donkere hoek aanwezig is in het aquarium. In een tank die te hard belicht is krijgen ze vale kleuren, maar zijn wel nog steeds in staat om te paaien en jongen op te voeden.

In tanken waar enkel de Blue Neon gehouden wordt hoef je de mondbroedende vrouwtjes niet af te zonderen omdat de jongen met rust gelaten worden door de volwassenen.

Deze soort gaat goed samen met de meeste cichliden, behalve C. frontosa en andere grote roofdieren.

Hoe kweken?

Omdat deze groep veel plaats nodig heeft, gebeurt kweken vaak in een gemeenschapsaquarium. Om te zorgen voor genoeg nazaten kan je best de mondbroedende vrouwtjes in een kraam tank plaatsen, waarbij meerdere wijfjes in één tank kunnen. 

Alternatief kan je de cichliden met rust laten en de broedende vrouwtjes bescherming geven in de vorm van drijvende water planten of iets gelijkaardigs. Deze wijfjes laten hun broedsel los in het aquarium waar ze kunnen schuilen tussen de planten. 

De Straalvinnige groep

Alweer een groep die niet thuishoort in het aquarium van een beginner. Alle leden van deze groep hebben grote tanken nodig en zorgvuldig geplande composities van het decor en de tankgenoten.

De grootte van het aquarium is belangrijk en voor de meeste van deze soorten is een capaciteit van minstens 500 liter nodig. Ook al zijn dat grote tanken, is het voor hen nog moeilijk om twee of meer mannetjes in dezelfde ruimte te hebben.

Mannelijke Ophthalmotilapia zijn zeer agressief tegenover soortgenoten van hetzelfde geslacht. Hun territoria moeten dan ook minstens 150 cm uit elkaar liggen. De vrouwtjes scholen dan weer samen en om de mannetjes af te leiden kan je maar best genoeg van deze dames in je aquarium hebben.

Broedende vrouwtjes kan je best ofwel een veilige plaats geven, of in een aparte tank houden. Ze worden vaak opgejaagd en in combinatie met het broeden kan dit tot de dood leiden.

Hoe straalvinnige cichliden kweken?

Een aparte tank om te kweken is niet nodig voor deze groep. 

Mondbroedende wijfjes kan je ‘s nachts uit het aquarium halen. Als je dit overdag probeert zal de stress voor de hele groep te groot worden. 
Als je de wijfjes bij het mannetje laat zal ze de eitjes uitspuwen of opeten, dus een kraam tank is nodig.

Aantal eitjes per paai: 10 tot 25. Dit is een klein aantal, gezien de toch wel aanzienlijke grootte van sommige soorten.[/et_pb_text]

Sommige Tanganyika cichliden kan je herkennen aan de kleuren van de geslachten. Rustige mannetjes hebben echter ongeveer dezelfde kleuren als de vrouwtjes en worden daardoor vaak verkeerd bepaald.

Andere soorten, vooral de substraat-broeders, verschillen in grootte. De mannetjes zijn veelal groter dan de vrouwtjes.

In vele gevallen waar het geslacht niet meteen door gedrag, grootte of kleur kan herkend worden, is de genitale papil het antwoord. Deze papil, die het dichtst bij de achterste vin ligt, is bij wijfjes breder dan bij mannetjes. Dit herkennen vergt echter voldoende ervaring.

HET BROEDSEL VERZORGEN

Het broedsel kan je best kleine levende dingen voeren. Je kan thuis twee soorten zelf kweken: pekelkreeftjes en micro-wormen. Na enkele weken zal het broedsel groot genoeg zijn om zich te voeren aan Cyclops, kleine Daphnia, garnaal-mix en vlokken.

Tijdens het groeien van de jongen zullen er altijd enkele individuen zijn die er misvormd uit zien. Hun vinnen of lichaam zijn vervormd of ze zijn veel kleiner dan hun broers en zussen. Deze dien je te verwijderen.

Jongen die een opvallend afwijkende verkleuring tonen dien je ook te verwijderen. Het is een verspilling van tijd om deze cichliden op te voeden, wanneer ze niet 100% gelijk zijn aan hun wilde voorouders.

Als aquariumhouders hebben we de verantwoordelijkheid om de natuur in stand te te houden en mogen we niet actief meewerken aan het kweken van hybrides of opvoeden van kansloze exemplaren.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top